Cliënten

Doelgroepen

Mentorschap kan worden uitgesproken ten behoeve van iedere meerderjarige persoon die aantoonbaar niet of onvoldoende de regie kan voeren over zijn/haar beslissingen met betrekking tot zorg, verpleging, behandeling en of begeleiding. De wetgever heeft een voorkeur voor benoeming van een familielid omdat die geacht wordt het beste ‘in de geest’ van de cliënt te kunnen handelen. Een vrijwillige mentor kan worden benoemd wanneer er in de familie niemand geschikt of beschikbaar is om het mentorschap op zich te nemen.

Ouderen

Ouderen die lijden aan ouderdomsziekten als bv de ziekte van Alzheimer, vaak in combinatie met andere somatische, psychische of psychiatrische ziektebeelden. De meeste aanvragen komen t.b.v. van ouderen die reeds zijn opgenomen in een zorginstelling of hier binnen afzienbare tijd zullen worden opgenomen. Het kan gaan om alleenstaanden, verweduwde personen of om echtparen.

Door snellere diagnostiek en betere begeleiding zien wij dat mensen soms zelf een mentorschap aanvragen in de wetenschap dat regieverlies onvermijdelijk is. Aanvraag in dit stadium heeft het voordeel dat de aanvrager nog een vertrouwensrelatie kan aangaan met de mentor. De aanvrager kan zich nog ‘laten kennen’, waardoor de mentor makkelijker in staat zal zijn beslissingen te nemen ‘in de geest’ van de cliënt.

Mensen met een verstandelijke beperking

Voor mensen met een verstandelijke beperking die geen ouders, broers of zusters hebben die voor het mentorschap geschikt of beschikbaar zijn, kan van af de leeftijd van 18 jaar een mentor worden aangevraagd. In de meeste gevallen zal de cliënt in een zorginstelling wonen of vanuit een zorginstelling  bij wonen en werken worden begeleid. Naast de professionele zorg is een mentor nodig die zo veel mogelijk in samenwerking met de cliënt diens belangen behartigt en er op toeziet dat de cliënt de juiste en of meest gewenste zorg kan krijgen.

Personen met niet aangeboren hersenletsel

Personen die door een ongeval of bv een CVA of een andere ziekte zodanig hersenletsel hebben opgelopen dat zij niet meer voldoende in staat zijn zelfstandig hun beslissingen te nemen, kunnen een mentor nodig hebben om hen bij te staan en er voor te waken dat zij goed worden behandeld en verzorgd. Ook een tijdelijke benoeming is mogelijk. Treedt er na revalidatie voldoende herstel op, dan kan het mentorschap op verzoek van de cliënt weer worden opgeheven.

Patiënten met chronische psychische of psychiatrische aandoeningen

Deze doelgroep is moeilijk kort te beschrijven.  Psychiatrische patiënten hebben soms door hun ziekte/stoornis onvoldoende inzicht in de eigen mate van wils(on)bekwaamheid. Ook is het verloop van de ziekte soms grillig en kan de patiënt soms een periode uitstekend beslissingen nemen en soms helemaal niet.  De aanvraag voor mentorschap kan dan heel bedreigend zijn. De patiënt draagt belangrijke bevoegdheden over aan een ander. De voorkeur van de wetgever voor het benoemen van een familielid kan hier storend werken. Een mentor met meer emotionele afstand zou wellicht minder bedreigend kunnen zijn. Een mentor via STMZ wordt getraind en begeleid om zo veel mogelijk samen met de cliënt te beslissen en kan ook beslissen tijdelijk niet te besluiten omdat de patiënt dit zelf kan of patiënt en mentor kunnen samen beslissen over welke gebieden de cliënt zelf (al of niet tijdelijk) voldoende regie kan voeren.

Ook de taak van de mentor is vaak veelomvattender omdat de patiënt meestal niet permanent in een zorginstelling woont.